Genderideologie. Wat is dat?

1. Het verschil tussen een ideologie en een persoon.

Honderd jaar geleden zou men het grappig of juist absurd gevonden hebben om te horen dat een bepaalde vrouw van binnen een man is. Net zoals iemand vandaag het vreemd zou vinden als ze een sinaasappel krijgen met de mededeling dat het van binnen een peer is. Maar tegenwoordig nemen we de mededeling over een transvrouw of transman serieus. Ook als je denkt dat dit gewoon onmogelijk is, behandel je deze mededeling met respect en empathie. De samenleving in het Westen is aan het veranderen, en redelijk snel in de laatste tien jaar. Deze collectieve manier van denken noemt men een ideologie. Het is een manier om naar de wereld te kijken. Wat vooral duidelijk aan het veranderen is, is de manier waarop onze samenleving denkt over seks, het huwelijk, wie de mens is en hoe gender- en geslachtsrollen al dan niet vastliggen.

Deze nieuwe manier om over de mens en seksualiteit te denken heeft verschillende namen gekregen. Op deze website wordt het Genderideologie genoemd. Activisten van deze ideologie kunnen redelijk dominant en agressief zijn. Het is belangrijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen transgenders of mensen die genderdysforie ervaren (mensen dus) en genderideologie (een beweging, een manier van denken).

2. Genderideologie: Wat houdt dit in?

Genderideologie is een humanistische manier van denken waarin de mens centraal staat. Alle mensen zijn vrij (en hebben het recht) om te bepalen wie ze zijn en om te doen wat ze willen – zolang ze niet met de rechten van anderen of de natuur in conflict komen.

Het doel van deze ideologie is een ideale, gelijkwaardige, inclusieve samenleving te bevorderen waarin de keuzevrijheid van de mens centraal staat. Het stelt zich vijandig op tegen elke vorm van normering van buiten – traditie, cultuur, geschiedenis, religie, God – die deze vrijheid van de mens dreigt te beperken. Deze ideologie ziet regels van buiten als gereedschappen in de handen van de machthebbers om de zwakke, kwetsbare slachtoffers en onderdrukten onder controle te houden.
De idealen van een gelijkwaardige, inclusieve samenleving waarin elk mens waardevol is, zien we ook duidelijk terug in de Bijbel. En toch botst het met de bijbelse visie. Hoezo? Zie verder punt 3.

3. Vier basisconcepten waar deze ideologie en Gods openbaring botsen.

Genderideologie heeft als basis de volgende vier ideeën:

(1) De mens is van nature goed. Daarom is er de sterke boodschap om je hart te volgen; wat je zelf voelt is puur en goed. Je innerlijke, persoonlijke gevoelens en verlangens laten zien wie je echt bent. Als je die ontdekt en daaraan uiting geeft, word je je authentieke zelf.

God leert ons in de Bijbel dat wij als mens perfect geschapen zijn. Maar door de zondeval is alles besmet door imperfectie en gebrokenheid. Elk mens is geboren met een zondige natuur. Ons hart en onze verlangens zijn vergiftigd, verdraaid, ontspoord en vaak verkeerd! Ons hart en onze diepe verlangens zijn geen basis om te bepalen wat goed en kwaad is. We hebben Gods redding nodig. Authentiek zijn betekent niet dat je je instincten en verlangens volgt, maar dat je ontdekt en omarmt hoe God je bedoeld heeft.

(2) De mens en zijn vrije keuzes staan centraal. Wij als mensen staan centraal. Onze keuzes als mens zijn bepalend. We hoeven geen rekenschap aan iemand af te leggen. Ons doel op aarde is het leven voor onszelf zo comfortabel mogelijk te maken. Alles wat ons ‘happy maakt’ moet kunnen. Tenzij je ingaat tegen de vrijheid van anderen – of tegen het welzijn van de aarde – moet een mens 100% vrij zijn om eigen keuzes te maken.

God leert ons in de Bijbel dat God de Schepper en Eigenaar is van deze wereld. God staat centraal en niet de mens. Het doel van al het geschapene is Gods glorie. God als Schepper bepaalt wat goed en niet goed is. Hij heeft de wereld aan ons mensen toevertrouwd. Elk mens is door God bedacht en geschapen met een uniek pakket van eigenschappen. Elk mens is aan God verantwoording schuldig voor de levenskeuzes die hij of zij maakt.

(3) Er is een strikte scheiding tussen zelf (of persoon) en lichaam. Je authentieke, legale zelf is hoe je voelt en denkt. Hoe je denkt en voelt bepaalt je identiteit. Alles wat materieel is – ook je lichaam – is dus secundair en onderdanig aan dat ‘zelf’. Een duidelijke uiting van deze manier van denken zien we in gedachten rondom abortus (wanneer wordt een baby een persoon, wanneer begint dat ‘zelf’?), euthanasie (wanneer zijn geestelijk gehandicapten en ouderen niet echt een persoon meer?), vrije seks (elk mens moet zijn lichaam kunnen gebruiken om het plezier van het ‘zelf’ te maximaliseren), transgender (wie je bent, je identiteit, wordt bepaald door je beleving van ‘zelf’ en niet door het geslacht van je lichaam).

God leert ons in de Bijbel dat ons lichaam deel is van wie we zijn. Toen God jou en mij bedacht had en koos om ons te maken, schiep Hij een man-mens (met een mannelijk lichaam) of en vrouw-mens (met een vrouwelijk lichaam). Het gaat niet om een ‘zelf’ of een ‘persoon’ die in een bepaald lichaam geplaatst is. We zijn geschapen als ‘belichaamde zielen’. En kijk er ook even met een biologische bril naar. Bij het verschil tussen mannen en vrouwen zijn zo’n 6500 genen betrokken – het kleine Y-chromosoom bij mannen zorgt ervoor dat dat verschil wordt gemaakt. Veel biologen (ook niet-christenen) vinden dan ook dat er wel degelijk een biologische basis is voor het onderscheid tussen man en vrouw – in ons lichaam. Meer over het belang van je lichaam vind je in het Bijbel gedeelte op het hoofdmenu van deze website.

(4) Voor een vrije en gelijkwaardige samenleving moet elke machtsverhouding verdwijnen. Vaak ziet men tradities, culturele uitingen en taalgebruik als structuren die de huidige machtsstructuur (hiërarchie, systeem) in stand houden. De machtsverhouding tussen man en vrouw (patriarchaat) is hierbij ook een sta-in-de-weg. Daarom zie je een sterke aanval van deze ideologie op het traditionele huwelijk (man en vrouw), het traditionele gezin (man, vrouw en kinderen) en ook op het begrip man en vrouw (zonder ‘man’ en ‘vrouw’ is de machtsverhouding tussen man en vrouw geen issue meer).

God leert ons in de Bijbel dat hiërarchische structuren noodzakelijk zijn voor het leven. Het heeft met orde te maken. Het feit dat iemand in een hiërarchische structuur zit, betekent niet dat hij of zij meer of minder belangrijk is. Er is hiërarchie ook binnen God zelf: de Vader stuurt de Zoon en niet andersom. De Vader en de Zoon sturen de Geest. Er zijn noodzakelijke hiërarchieën in de natuur. Ook als je software schrijft, heb je hiërarchie nodig: instructies gaan in één richting. Er is niks mis met hiërarchieën. Maar men kan de plek die men inneemt in hiërarchieën misbruiken en onrechtvaardige hiërarchieën ontwikkelen. En dat gebeurt vaak. In de Bijbel zien we dat God sterk ingaat tegen onrechtvaardigheid en het misbruik van gezag in welke vorm dan ook.

Conclusie: Fundamentele sociale categorieën en structuren zoals het huwelijk en het gezin zijn door God zelf bedacht en aan ons gegeven. Elk mens draagt Gods beeld als man of als vrouw. Zo heeft God ons geschapen. We zijn wel door God geroepen om de gelijkwaardigheid van elke mens te erkennen en om met respect en liefde met elkaar om te gaan in onze relaties.

4. Genderideologie in onze samenleving.

Elementen van het genderideologie gedachtegoed zijn in de laatste twee eeuwen door filosofen, psychologen en intellectuelen ontwikkeld. Om deze nieuwe ideologie binnen onze samenleving te brengen zodat ze ‘gewoon voelen’, werden de elementen ervan op verschillende niveaus geïntroduceerd.

Gebruik van nieuwe woorden: Met nieuwe woorden kan men nieuwe categorieën creëren. Woorden zoals homo, bi, trans, queer, non-binair, enz. zijn redelijk nieuw. Andere oudere woorden krijgen nieuwe betekenissen, zoals gender (heeft niet meer met biologie te maken), tolerantie (alles moet kunnen), fobie en haat (als je het niet eens bent met een homoseksuele levensstijl, heet je ‘homofoob’, alsof je een fobie – een angststoornis – zou hebben), man en vrouw (een innerlijk gevoel i.p.v. iets biologisch). De nieuwe woorden en nieuwe betekenissen krijgen status en morele acceptatie door het gebruik van woorden die door ons allen als positief worden gezien, zoals veelkleurigheid, inclusief, anti-discriminatie, mensenrechten.

Gebruik van slogans: Het maken en promoten van eenvoudige en duidelijke slogans die ook niet-intellectuelen kunnen herhalen, veranderen langzaam wat een samenleving normaal vindt. Een slogan zoals ‘Iedereen heeft recht op liefde’ wordt gebruikt om seks in elke vrij gekozen relatie te rechtvaardigen, en slogans zoals ‘Je mag zijn wie je bent’ en ‘Het mooiste wat je kunt zijn is jezelf’ worden gebruikt om elke nieuwe ‘identiteit’ (en uiting) als acceptabel te laten voelen. De kernvraag is natuurlijk ‘Wie ben ik?’. Meer over Identiteit vind je in het volgende groepering van vragen op deze website.

Media en selectieve verhalen: Elk mediakanaal moet selectief zijn. Het is niet mogelijk alles door te geven. De keuze van nieuwsitems en ook de interpretatie van gebeurtenissen worden gebruikt om een bepaalde visie op de wereld te bevorderen. Evenementen zoals Pride, Paarse Vrijdag en het gebruik van regenboogvlaggen en levensverhalen geven publiciteit aan een bepaald denkbeeld.

Wetgeving (VN, EU, NL): Onder het mom van veelkleurigheid, inclusiviteit, anti-discriminatie en mensenrechten zijn veel wetten veranderd om de genderideologie te promoten en beschermen. Het er niet mee eens zijn of serieuze vragen stellen wordt als haat of fobie beschouwd. Vroeger was tolerantie (geef anderen ruimte ook als je het er niet mee eens bent) bij wetenschap, bedrijfsleven en religieuze instellingen genoeg. Nu wordt hen gevraagd signalen af te geven dat ze achter de ideologie staan.

5. Genderideologie in onze scholen.

Om de waarden binnen een cultuur te veranderen is het belangrijk om het gedachtegoed van kinderen te veranderen. Genderideologie is nu sterk aanwezig op scholen. Daarom heeft seks, familie en gender bijzondere aandacht op onze scholen. Om sommige kinderen te beschermen tegen stigmatisering (een goed doel), wordt elke vorm van gezinssamenstelling gepresenteerd als normaal en gelijkwaardig. Om trans-kinderen – en kinderen die misschien later trans zullen worden – te beschermen tegen stigmatisering (ook een goed doel), moeten nu alle kinderen leren dat ‘jongen- en meisje-zijn’ iets is dat los staat van hun biologische sekse. Dat ze hierin keuzes hebben. Om dat doel te bereiken, wordt er vaak gebruik gemaakt worden van plaatjes zoals de genderkoek. Om kinderen te helpen hun eigen genderidentiteit te kunnen bepalen, zijn gender-stereotypen van belang.

Genderkoek: Met dit didactische plaatje kunnen kinderen het verschil leren tussen (1) Geslacht: hun biologische sekse, (2) Genderidentiteit: hun innerlijke gevoel als jongen, meisje of iets anders, (3) Genderexpressie: hun zelf gekozen uiterlijk (naamkeuze, haarstijl, kleding, make-up, enz.), en (4) Aantrekkingskracht: of je je hetero, homo, bi voelt. Wat nieuw is, is niet de beschrijving van de vier categorieën maar de stelling dat deze vier eigenschappen los van elkaar staan. Dat elk kind die voor zichzelf moet ontdekken. Je hoort stellingen zoals: ‘Jij bent de enige die weet of je een jongen of meisje bent. Niemand kan dat aan je vertellen’ en ‘Je bent wie je zegt dat je bent, omdat jijzelf dat het beste kunt beoordelen’.

Gender-stereotypen: Om te weten of je innerlijk een jongen of meisje bent, hebben kinderen (en ook volwassenen trouwens) een referentiekader nodig. Wat is het dan dat dat een meisje een meisje maakt en een jongen een jongen? Gender-stereotypen kunnen hier een gevaarlijke rol spelen. Want als een meisje een aantal eigenschappen van jongens heeft, kan ze denken dat ze misschien van binnen een jongen is. Typische stereotypen kunnen zijn:

Jongens: ze houden van blauw, zijn denkers (ze houden van vakken zoals natuurkunde, wiskunde, scheikunde), zijn agressief en competitief (ze houden van activiteiten zoals voetbal en bomen klimmen)…

Meisjes: ze houden van roze, zijn gevoelig (ze houden van vakken zoals kunst, muziek, de zorg), zijn zorgzaam en sociaal gericht (ze houden van activiteiten zoals koken, winkelen, praten, met poppen spelen, knutselen)…

Nadat meisje-zijn is losgekoppeld van hun biologie, zal de vraag ‘wie ben ik dan’ duidelijk naar voren komen. Als ze met dergelijke gender-stereotypen in aanraking komt, zou een meisje kunnen denken: ‘Ik ben meer een jongen dan een meisje’ en dan ‘misschien ben ik een jongen van binnen’. Een belangrijke vraag is: wat kan deze verwarring met sommige kinderen doen? De werkelijkheid is dat rond een ‘gemiddelde’ eigenschap de variatie groot is. Dat is altijd zo geweest. Een meisje met trekjes die passen bij het stereotype jongens, is nog steeds een meisje. Een jongen met trekjes die passen bij het stereotype meisje, is nog altijd een jongen. De gender-stereotypen bepalen niet of ze jongens of meisjes zijn.

Studies laten zien dat 60% tot 90% van kinderen die gender-problemen ervaren (gender-non-conforming) en niet aangemoedigd worden om zich te identificeren met het andere geslacht, in hun puberteit in harmonie komen met hun biologische geslacht. Testosteron (in jongens) en oestrogeen (in meisjes) hebben een stabiliserend en bepalende invloed in puberteit.

6. Pillen of praten - Wat denken jullie over ‘conversietherapie’?

Als er een botsing komt tussen het geslacht van je lichaam en je gedachten en/of ervaring van je sekse, is een goed gesprek met een professional belangrijk. Is er iets in het verleden dat deze ontevredenheid in gang heeft gezet? Is er iets in hun visie van man-zijn en vrouw-zijn dat achter dit verlangen ligt?

Wat bedoelen we met ‘conversietherapie’? Als het over gevaarlijke behandelingen zoals elektrische schokken, chemische castratie of het blootstelling aan porno gaat of iets anders dat gedwongen of tegen de wil van een persoon ingaat, zijn we natuurlijk 100% tegen ‘conversietherapie’. We nemen daar duidelijk en publiekelijk afstand van. Maar in Nederland zijn zulke gevaarlijke en ineffectieve praktijken al jarenlang verboden. En toch is de huidige overheid bezig om een verbod op ‘conversietherapie’ voor te bereiden. Wat gaat het dan over?

In veel andere landen zijn ze ook bezig om ‘conversietherapie’ illegaal te maken. De hamvraag is: wat bedoelen ze precies met ‘conversietherapie’? Wat wil de overheid precies verbieden? In de kleine letters staat het grote verschil, ook tussen landen onderling. Een ‘conversietherapie’ verbod kan gebruikt woorden om de rechten van kwetsbare mensen te beschermen. Daar staan we 100% achter. Maar het kan ook gebruikt worden om een aantal aspecten van de gender-ideologie te bevorderen en beschermen. Hoe kan je dat verschil zien? Als je de kleine letters van een verbod op ‘conversietherapie’ leest, lees dan met drie verschillende brillen:

1. De plek van gender-identiteit: Dat persoonlijke, innerlijke gevoel van geslachtsidentiteit is een redelijk nieuw filosofisch concept. Het is een psychologische categorie. Niemand kan het van buiten zien of objectief meten. Ons persoonlijke, innerlijke gevoel kan verstoord zijn (net zoals bij anorexia en depressie). Zal het voorgestelde verbod de beschikbaarheid van een bepaalde type psychologische hulp die nodig is, verminderen of stigmatiseren? Zijn moeilijke en soms pijnlijke – doch noodzakelijke – vragen door een professionele counselor toegestaan (zoals elke andere client die nodig heeft), of moeten therapeuten de gevoelens van hun client vooral bevestigen? Een goed ‘conversietherapie’-verbod beschermt ook de rechten van personen om (indien gewenst) toegang tot zo’n type professionele counselors te kunnen blijven krijgen.

2. De plek van verandering: Soms is ‘conversietherapie’ gepresenteerd als een poging door religieuze extremisten om het onmogelijke te doen (onmogelijk zoals van ras of lengte te veranderen). Dus is het belachelijk! Het is gevaarlijk om kwetsbare mensen te laten denken dat iets dat vast ligt, zoals ras, lengte, seksuele oriëntatie of gender-identiteit, veranderd kan worden! Maar de werkelijkheid is dat sommige homo’s en trans-personen in de loop van de tijd verandering ervaren. Ze noemen dat seksuele en genderfluïditeit. Daarom zijn er evengoed verhalen van mensen die de-transitie hebben ondergaan en homo’s bij wie hun seksuele oriëntatie minder sterk geworden is of die heteroseksuele gevoelens bij zichzelf ontdekken. Sommigen van hen hebben een religieuze achtergrond, anderen helemaal niet. Ook binnen de LHBTIQ+ gemeenschap is een groep die voor fluïditeit staat – met hun eigen vlag. Een goed ‘conversietherapie’-verbod erkent dat bij sommigen seksuele en genderfluïditeit een werkelijkheid is, en beschermt de rechten van zulke personen om toegang te krijgen tot professionele counselors die in hun levensreis naast hun kunnen staan – ongeacht de richting van verandering.

3. De plek van geloof en overtuigingen: Gender-ideologie, net zoal socialisme, humanisme, islam en christendom, is een ideologie. Het is een keuze. Het is een manier om naar de wereld te kijken. In de Middeleeuwen was het christendom dominant in Europa en andersdenkenden werden als ketters gezien en buiten de samenleving geplaatst. Dat was verkeerd. Dat was niet de weg van de Here Jezus. Als iemand anders denkt, moet hij of zij nog steeds een plek in de samenleving kunnen krijgen. We noemen dat tolerantie – wat ruimte biedt aan ‘counseling’ voor mensen die aan de klassieke overtuiging vasthouden en onderwijzen dat God het huwelijk heeft ingesteld als een verbond tussen een man en een vrouw. En de overtuiging dat als God iemand het lichaam van een man of een vrouw heeft gegeven, hij of zij tot bloei zal komen als hij of zij leert om Gods keuze te accepteren en daarin te leven. Een goed ‘conversietherapie’ verbod erkent dat we leven in een land waarin keuzevrijheid fundamenteel is, en beschermt ook de rechten van personen (counselors en cliënten) die vrijwillig een andere overtuiging hebben dan de gender-ideologie die steeds dominanter wordt.

Wil je erover bidden? Ga naar (externe website): Gebed Inzake invloed genderideologie

Meer over lezen? Ga naar (externe website): Met alle aandacht voor gender ziu je zomar vergeten dat er een schepper is. Jan Minderhoud is theoloog en counselor, o.a. op het gebied van relaties en seksualitiet.