D. Genderdysforie: Zegt de Bijbel er iets over?

Genderdysforie is het diepe gevoel van afkeer dat iemand ervaart wanneer het geslacht waarmee de persoon geboren is niet hetzelfde is als wat de persoon ervaart. Het gaat hierbij dus om iemand die biologisch gezien een man is, maar zich een vrouw voelt, of – andersom – iemand die biologisch gezien een vrouw is, maar zich vanbinnen een man voelt. Het is iets anders dan het hebben van homogevoelens.

Hetero- en homoseksualiteit gaan over wat je met betrekking tot andere mensen voelt; genderdysforie over je gevoelens met betrekking tot jezelf. Het is belangrijk om te beseffen dat deze gevoelens voor mensen met dysforie heel erg aanwezig zijn. Deze mensen zijn niet raar. Het is iets waar ze niet zelf voor gekozen hebben. Mensen kunnen hierdoor erg met zichzelf in de knoop raken. Het ervaren van deze gevoelens is vaak erg pijnlijk voor hen.

Soms wordt ook wel het woord transgenders gebruikt om deze groep mensen aan te duiden. In dit woord, zit een deel van het woord ‘transitie’, wat overgang of verandering betekent. Maar omdat veel mensen die genderdysforie ervaren ervoor kiezen om deze gevoelens een plek te geven en er verder niets mee te doen, geven wij de voorkeur aan de medische term genderdysforie. Daarmee bedoelen we alle mensen die deze gevoelens ervaren, en niet alleen de mensen die vervolgens ook voor geslachtsverandering kiezen.

Er zijn mensen die geboren worden met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken. Dan is niet duidelijk of een baby een jongen of een meisje is en moeten de ouders kiezen. Dit noemen we hermafrodieten, maar dat is dus iets anders dan genderdysforie, omdat bij mensen met genderdysforie – biologisch gezien – wel duidelijk is of zij man of vrouw zijn.

Genderdysforie is ook iets anders dan travestie. Een travestiet is iemand die het fijn vindt om kleding van het andere geslacht te dragen. Deze man of vrouw kan ook genderdysforie hebben, maar dat hoeft niet zo te zijn.

Heeft de Bijbel iets over genderdysforie te zeggen?

Vader God, onze Schepper, is Zich bewust van al de gebrokenheid die we als mens ervaren. Ook van personen en gezinnen die met genderdysforie te maken hebben. Meer zelfs: de Heer Jezus, onze Hogepriester, voelt jouw en mijn frustratie en pijn: Hij weet wat we doormaken (Hebreeën 4:15). Je staat er dus niet alleen voor als je genderdysfore gevoelens hebt en dat kan je troost geven. Geeft God ons in de Bijbel informatie en richting over hoe we met genderdysforie om moeten gaan? De woorden genderdysforie en transseksualiteit zijn nieuwe woorden en komen nergens in de Bijbel voor. Maar God houdt net zoveel van deze mensen als van ieder ander. Iedereen kan in de Bijbel informatie vinden over hoe hij op zo’n manier kan leven dat God met zijn leven geëerd wordt. Dat geldt ook voor mensen met genderdysforie. Hoe kijkt God naar mensen met genderdysforie?

Hoe ga je om met je gevoelens?

Iemand met genderdysforie ervaart een tegenstelling tussen wat hij voelt en wat zijn lichaam beweert. Als die ervaring sterk en langdurig is, komt de persoon (of komen zijn/haar ouders) voor een belangrijke beslissing te staan:

  • probeer je je gedachten aan te passen aan je biologische geslacht (door counseling en/of therapie en/of gebed) of
  • probeer je de buitenkant van je lichaam aan te passen aan wat je vanbinnen voelt (door hormonen te slikken en/of chirurgie).

In het verleden hebben christelijke en niet-christelijke hulpverleners altijd de eerste optie aanbevolen. Maar tegenwoordig, omdat de medische wereld meer mogelijkheiden heeft, wordt soms ook de twede optie (b) aanbevolen. Wat is er in onze maatschappij veranderd? Veel, maar in het bijzonder hoe we over de werkelijkheid denken.

Welke relatie is er tussen onze gevoelens en de werkelijkheid?

Wat je voelt is reëel – maar wat je voelt bepaalt niet de werkelijkheid. Iemand kan zich een dier voelen (en dat gevoel is reëel – hij voelt het echt) maar de werkelijkheid is dat hij een mens is en niet een dier. Vroeger dacht men dat het geslacht waarmee je geboren werd, bepaalde of je een man of vrouw was. En dat er kennelijk iets aan de hand was met het denken van die persoon als hij dit anders ervoer, niet met zijn of haar lichaam.

De hamvraag is dan: hoe bepaal je wat de ‘echte werkelijkheid’ is? Misschien klinkt het een beetje filosofisch, maar toch moeten we daar beginnen om te begrijpen wat God in de Bijbel over ons zegt. Waar zoek je waarheid over jezelf? Zoek je het in jezelf (wat je over en vanuit jezelf denkt en voelt) of buiten jezelf (wat anderen, God, de natuur over je zeggen)? Dit verschil is superbelangrijk!

Hoe neem je belangrijke beslissingen?

De grote en kleine beslissingen die we iedere dag maken laten zien hoe we willen leven. Andrew T. Walker zegt in zijn boek ‘God and the Transgender Debate’, dat belangrijke beslissingen die we (bewust of onbewust) nemen, gebaseerd zijn op de informatie van drie bronnen:

  1. Wie heeft gezag over mij? – wie erken ik als gezaghebbend.
  2. Wie zegt wat waar is? – wie weet wat het beste voor mij is.
  3. Wie kan ik vertrouwen? – wie houdt van mij en wil het beste voor mij.

Je antwoorden op deze drie vragen bepalen je wereldbeeld. En je wereldbeeld bepaalt hoe je belangrijke beslissingen neemt en dus hoe je manier van leven is. Het bepaalt hoe je over jezelf denkt.

Wie bepaalt wie je bent – je identiteit?

Tot voor kort lagen deze drie bronnen van informatie altijd buiten een persoon. Mensen ontwikkelden hun identiteit op basis van wat anderen over hen dachten, bijvoorbeeld hun familie, kerk of belangrijke mensen in hun samenleving. Maar sinds kort zijn mensen deze bronnen buiten zichzelf gaan wantrouwen. We vertrouwen meer en meer op de interne bron. Je eigen gevoelens, neigingen, voorkeuren en gedachten worden steeds belangrijker: ‘Niemand heeft gezag over mij. Ik weet wat het beste voor mij is. Ik houd van mijzelf en wil het beste leven aan mijzelf geven.’

Op deze manier komen we ook tot beslissingen over seksuele ethiek (wat goed en niet goed is) en onze seksuele identiteit (ben ik man, vrouw of iets anders). Het is waar dat bronnen buiten onszelf onbetrouwbaar kunnen zijn: andere mensen kunnen ons manipuleren. Maar een christen is zich er als het goed is ook van bewust dat zijn interne bronnen net zo onbetrouwbaar kunnen zijn: onze diepe verlangens en gevoelens zijn ook door de zonde aangetast.

Hoe zouden we er dan als christenen mee om moeten gaan? We kiezen voor de enige betrouwbare bron: God en Zijn Woord. Hoe God mij en de wereld ziet, zo wil ik ook mijzelf en de wereld zien. Daarmee negeren we andere bronnen niet, maar geven we ze een tweede of derde plek. We luisteren naar de stemmen van anderen, we kijken ook naar onze eigen gevoelens en verlangens, maar deze zijn niet bepalend. We kiezen ervoor om elke andere bron van informatie minder belangrijk te maken dan Gods waarheid – dan wat God in Zijn Woord heeft gezegd.

‘Volg je hart!’ – Wanneer is dat een goed advies?

In onze emotie-cultuur wordt vaak gezegd dat we ons hart moeten volgen (in plaats van ons verstand). Misschien is dit een reactie op het saaie advies van wetenschappers, religieuze leiders en kennis-goeroes! Wat zegt de Bijbel over ons ‘hart’, over onze emoties en verlangens? Natuurlijk zijn onze gevoelens een belangrijk deel van wie we zijn. Gods Geest spreekt tot ons en bemoedigt ons vaak ook door onze gevoelens. Maar ons hart is, net als ieder ander onderdeel van Gods goede schepping, besmet door zonde: onze emoties en verlangens zijn ook gebroken.

‘Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen?’ – Jeremia 17:9 NBT.

De Bijbel noemt elk verlangen dat tegen Gods wil of openbaring in gaat: ‘van het vlees’.

‘Geliefden, ik roep u op als bijwoners en vreemdelingen u te onthouden van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen de ziel’ – 1 Peter 2:11.

 ‘… dat uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden’ – Efeziërs 4:22-23 NBV.

De Bijbel beschrijft christenen als mensen die niet geleid worden door ‘verkeerde verlangens’ (BGT) of die niet langer beheerst zijn door hun ‘eigen natuur’ (NBV), of als mensen ‘die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest’ (Romeinen 8:4).

‘Volg je hart!’ is dan ook alleen een goed advies als je hart in overeenstemming is met Gods Woord en geleid wordt door Gods Geest.

Bijbelse principes die ons kunnen helpen

  • We leven in een door God ontworpen en geschapen wereld (Genesis 1,2). God nodigt ons uit om dat als werkelijkheid te omarmen en erin te leven.
  • De mens is mannelijk en vrouwelijk geschapen, naar Gods beeld (Genesis 2:21-24). God heeft er dus bewust voor gekozen om twee verschillende geslachten te maken. De Heer Jezus bevestigt Gods keuze van twee geslachten (Mattheüs 19:4-6).
  • De zondeval (Genesis 3) heeft invloed op de hele schepping. Elk onderdeel van de schepping, elke onderdeel van een mens, is door zonde aangetast. We zijn allemaal gebroken mensen, lichamelijk, psychisch en ook in onze verlangens en beleving van geslacht en seksualiteit.
  • Er zijn biologische verschillen (ook in elke cel van ons lichaam) tussen een man en een vrouw. In de Bijbel is het zijn van een man of een vrouw niet uitwisselbaar. God heeft elke persoon uniek geschapen. Ons lichaam geeft ons informatie over ons ras, onze lengte, de kleur van onze ogen en ook of God ons als een man of een vrouw gemaakt heeft. We hebben daar geen keuze in. Een christen gelooft dat God hem of haar – en zijn of haar lichaam – met een doel heeft geschapen. We doen er daarom goed aan ons lichaam en het biologische geslacht dat daarbij hoort te omarmen als een geschenk van God, en ervoor te kiezen daar vrede mee te hebben.
  • Een christen erkent dat voor God zijn of haar lichaam een belangrijk deel blijft van wie hij is. Paulus schrijft:
  •  ‘Jullie denken: Het maakt niet uit wat we met ons lichaam doen, want dat zal later toch verdwijnen. Jullie denken: Ons lichaam hoort bij de aarde, net als het voedsel waar we van leven. Maar zo is het niet… Jullie weten dat jullie lichaam heilig is. Want de heilige Geest is in jullie lichaam gekomen, toen God jullie die Geest gaf. Jullie zijn niet meer van jezelf. Jullie zijn van Christus. Want hij heeft jullie gekocht door voor jullie te sterven. Eer God dus ook met je lichaam’ (1 Korinthe 6:13, 19,20 BGT). We zijn dus tijdelijke rentmeesters van het ons door God gegeven lichaam, geen eigenaars.

Pastorale omgang met genderdysforie

God als Schepper weet hoe Hij ons gemaakt heeft en ook dat zich soms problemen kunnen voordoen. Hoe beter we Gods gedachten leren kennen, hoe realistischer onze inzichten zullen zijn. Bijbelse principes zijn dan ook de basis voor goede christelijke pastorale zorg. En voor een juiste toepassing van Gods principes hebben we Zijn warme hart en grote genade nodig!

Helpen?

We willen graag pastorale ervaringen hierover blijven opbouwen en delen die van nut voor christenen kunnen zijn. Als je iets te delen hebt, horen we graag van je.

Voor pastorale tips aan kerkleiders, ouders en counselors, wijzen we je graag op de volgende Engelstalige boeken:

  • Een basisboek over genderdysforie:

Roberts, Vaughan, ‘Transgender’ The Good Book Company, 2017.

  • Bijbelse overwegingen en pastorale focus:

Walker, Andrew T. ‘God and the Transgender Debate – What Does the Bible Actually Say About Gender Identity?’ The Good Book Company, 2017.

  • Een inspirerend verhaal:

Harrison, Glynn. ‘A Better Story – God, Sex & Human Flourishing’ Inter-Varsity Press, 2017.

  • Nuttig bij jeugdwerk:

Yarhouse, Mark A. ‘Understanding Sexual Identity – A Resource for Youth Ministry’, Zondervan, 2013.

  • Nuttige wetenschappelijke overwegingen:

Yarhouse, Mark A. ‘Understanding Gender Dysphoria – Navigating Transgender Issues in a changing Culture’ IVP Academic, 2015.